Toetsloon 30% regeling in de praktijk

De 30% regeling is in de uitvoer een erg complexe regeling.

Met de nieuwe regels ingevoerd in 2012 is deze regeling er niet bepaald gemakkelijker op geworden. Vooral het toetsen van het fiscale jaarloon is in de uitvoer niet altijd even eenvoudig. Er is een aantal gevallen waarbij niet het hele jaarloon over een kam geschoren kan worden. Zo heb je bijvoorbeeld het moment waarop iemand 30 jaar wordt. In dit geval zal het jaar in tweeën gesplitst moeten worden en moet het toetsloon voor de twee delen van het jaar herleid worden naar een jaarloon. Er is een aantal gevallen waarbij de berekening van het fiscale jaarloon gesplitst moet worden, dit is echter niet bij al deze gevallen zo.

Heel kort zal ik deze uitzonderlijke gevallen noemen:

- De Master wordt behaald later dan de startdatum. In dit geval moet in het eerste gedeelte dus rekening

  gehouden worden met het hogere toetsloon, maar mag na het behalen rekening gehouden worden met het

  lagere toetsloon


- Iemand wordt halverwege het jaar 30

- De 60 maandentoets vindt plaats halverwege het jaar (kleine toevoeging: de laatste persoon die nog

  getoetst moet worden zal in december 2016 zijn. Alle al toegekende 30% regelingen voor 2012 hoefden de

  eerste 60 maanden niet getoetst te worden)

- De 30% regeling eindigt halverwege het jaar

- De 30% regeling start later dan de datum waarop de werknemer in dienst is gekomen


Maar hoe zit het nou bijvoorbeeld met vakantiegeld in dit soort gevallen. De uitkering van het vakantiegeld (indien er geen sprake is van periodieke uitkering) valt namelijk altijd in één van de jaardelen. De belastingdienst stelt dat voor de berekening van het fiscale jaarloon de reservering vakantiegeld meegenomen mag worden. Maar in de praktijk is dat nog niet zo makkelijk uit te voeren. Want wanneer je de reservering meeneemt voor de berekening van het toetsloon, zal je de uitkering van het vakantiegeld buiten beschouwing moeten laten. Dat betekent dus dat het fiscale jaarloon zoals dat is uitgekeerd niet overeenkomt met het loon dat jij als salarisadministrateur gebruikt als toetsloon. Dat maakt de methode niet raadzaam. Maar indien je er als salarisadministrateur voor kiest om alleen de uitkering mee te nemen in de berekening, zal je er tegenaan lopen dat het vakantiegeld bijvoorbeeld net in het jaargedeelte valt waarbij de werknemer nog aan het lagere toetsloon mocht voldoen. Waardoor hij in het tweede gedeelte van het jaar wellicht niet aan het gevraagde toetsloon komt.

Voor meer informatie hoe hiermee om te gaan, verwijzen we je graag naar Immensum, www.immensum.nl, telefoonnummer: 020-7230521 contact@immensum.nl

Auteur: Aimée Waas

Nieuwsbrief?

Volg ons