Wederindiensttredingsvoorwaarde


Deze voorwaarde houdt in dat de werkgever die binnen 26 weken na een positieve UWV-ontslagbeschikking weer iemand wil aannemen voor het verrichten van dezelfde werkzaamheden als die welke voordien door de ontslagen werknemer werden verricht, hij de voormalige werknemer eerst in de gelegenheid moet stellen diens vroegere werkzaamheden te verrichten.

De werknemer kan als de werkgever geen gevolg geeft aan de wederindiensttredings-bepaling de kantonrechter verzoeken om:
- ofwel vernietiging van de opzegging;
- ofwel om toekenning van een billijke vergoeding ten laste van de werkgever.

Wel geldt dat de werknemer bij vernietiging van de opzegging de aan hem toegekende transitievergoeding zal moeten terugbetalen, omdat deze alsdan onverschuldigd is betaald omdat de opzegging in die situatie immers nooit heeft plaats gevonden. Tevens geldt dat bij een geslaagd beroep op de vernietigingsgrond de werknemer een loonvordering heeft omdat achteraf bezien de arbeidsovereenkomst altijd heeft voortbestaan. Deze loonvordering kan dan worden verrekend met de terug te betalen transitievergoeding. Ook kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen met ingang van de dag waarop deze is geëindigd. In de plaats daarvan kan hij ook aan de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen.

Verder geldt dat er mogelijk onduidelijkheid kan bestaan als er meerdere werknemers zijn ontslagen over wie nu als eerste in aanmerking komt voor een arbeidsplaats als die weer beschikbaar komt bij de voormalige werkgever. Artikel 7:682a BW biedt een grondslag voor een ministeriële regeling waarin dit verduidelijkt kan worden. Dit is gebeurd in de Ontslagregeling waarin is bepaald dat degene die het laatste voor ontslag in aanmerking kwam op basis van het afspiegelingsbeginsel als eerste in de gelegenheid moet worden gesteld de arbeid weer te gaan verrichten (artikel 19 Ontslagregeling). Aangezien de wederindiensttredingsvoorwaarde vanaf 1 juli 2015 een wettelijke basis heeft gekregen, neemt het UWV deze voorwaarde niet langer op in de ontslagbeschikking. Dit neemt niet weg dat hij dus nog wel degelijk geldt!