BeZaVa

Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid voor Vangnetters
Auteur: Arno Linkels

Financiële belangen voor werkgever en werknemer zijn groot. Laat u niet verassen!

Voor de op 1 januari 2013 ingegane Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid voor Vangnetters (BeZaVa) zijn inmiddels allerlei termen ontstaan. De Nieuwe Ziektewet, Ziektewet Nieuwe Stijl, Ziektewet FLEX en Modernisering Ziektewet. De juiste naam is BeZaVa en is bedoeld om de instroom van ‘vangnetters’ in de Ziektewet en WIA te beperken.
De laatste jaren is de instroom in de WIA van werknemers met een contract van bepaalde tijd sterk toegenomen. Op dit moment bedraagt het aantal WIA- instromers vanuit de vangnetregeling ongeveer de helft, en dit terwijl vangnetters slechts 20% van de totale populatie van mensen, die op een of andere manier verzuimen, bedraagt.

De huidige loondoorbetalingsregeling (104 weken) en re-integratieverplichtingen voor werkgevers, bij deels arbeidsgeschikte werknemers met een contract voor onbepaalde tijd, hebben de WIA- instroom doen verminderen. Dit is voor de overheid een argument om soortgelijke prikkels ook toe te gaan passen voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd. Een nieuwe uitdaging voor werkgevers in deze toch al onzekere tijd!
Met de BeZaVa gaat de werkgever ook de kosten voor de uitkeringen voor ex- werknemers, welke ziek uit dienst gaan, betalen. Dit gaat gebeuren door middel van premiedifferentiatie. Kortom, de ‘vervuiler’ betaalt! Werkgevers gaan meer betalen naarmate er meer werknemers met een contract voor bepaalde tijd de Ziektewet en WGA instromen.

Premiestelling:
De Ziektewet werd tot 1 januari 2014 gefinancierd vanuit de sectorpremie. De hoogte werd, na goedkeuring door het Ministerie SZW, door het UWV bepaald. Met ingang van 1 januari 2014 wordt de premie van de (nieuwe) Ziektewet/ BeZaVa gedifferentieerd. Officieel gaat dit heten de gedifferentieerde premie Whk, waarbij Whk staat voor ‘Werkhervattingskas. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers.

Kleine werkgevers, totale SV-loonsom 2012 gelijk of minder dan euro 303.000, - betalen een premie op sectorniveau. Voor deze groep verandert er qua premiestelling eigenlijk niets.

Middelgrote werkgevers, totale SV- loonsom ligt tussen euro 303.000, - en euro 3.030.000, -betalen een gewogen gemiddelde van de sectorpremie en individuele premie.

Grote werkgevers, totale SV- loonsom boven euro 3.030.000, - betalen een premie op individueel niveau.
Voor het individuele premiedeel wordt het principe T-2 gehanteerd. Voor de individuele premiestelling 2014 wordt dus uitgegaan van de toegekende schadelast Ziektewet en WGA 2012.

Eigenrisicodrager:
Een werkgever kan eigenrisicodrager voor de Ziektewet worden. Hij wordt dan zelf verantwoordelijk voor de volledige uitvoering van de Ziektewet voor zijn werknemers die ziek bij hem uit dienst gaan. Tot nu toe was het eigenrisicodragerschap alleen interessant voor werkgevers met een hoge sectorpremie. Bijvoorbeeld werkgevers in de uitzendbranche. Door de invoering van de BeZaVa en daarmee gedifferentieerde premie Whk kan het voor elke werkgever interessant zijn om eigenrisicodrager te worden. Dit kan tweemaal per jaar. Op 1 januari of op 1 juli. De aanvraag daarvoor moet echter ten minste 13 weken voor de beoogde ingangsdatum (dus voor 2 oktober of voor 1 april) bij de Belastingdienst binnen zijn. Hiervoor is het formulier ‘Aanvraag of beëindiging Loonheffingen Eigenrisicodragerschap voor de ZW’ beschikbaar.
Ook is het gemakkelijker geworden om eigenrisicodrager te worden. Er is namelijk geen garantieverklaring van een verzekeraar of bank meer voor nodig.

Een werkgever die eigenrisicodrager is hoeft de premiecomponent ZW- lasten van de gedifferentieerde premie niet te betalen. Hij moet de toekenning van de Ziektewetuitkering van een ex- werknemer zelf betalen.
Een werkgever kan ook eigenrisicodrager worden voor de WGA. Nu betaalt hij voor zijn vaste werknemers zelf de eerste tien jaar dat zij een WGA-uitkering krijgen. In die periode blijft hij ook verantwoordelijk voor hun re-integratie. Op 1 januari 2016 wordt het eigenrisicodragerschap voor de WGA uitgebreid met de vangnetters die in de WGA komen.
Is een werkgever nu al eigenrisicodrager voor de WGA? Dan moet hij voor 1 oktober 2015 een nieuwe garantieverklaring naar de Belastingdienst sturen. Hiermee geeft hij aan dat hij zijn eigenrisicodragerschap per 1 januari 2016 uitbreidt met WGA-vangnetters (WGA-flex). Als hij geen nieuwe garantieverklaring instuurt, dan is deze werkgever vanaf 1 januari 2016 weer publiek verzekerd bij het UWV voor zowel WGA-vast als WGA-flex.

Welke Ziektewetuitkeringen/ - lasten beïnvloeden de premiecomponent ZW- lasten niet.
- De zieke werkloze;
- De werknemer die ziek is geworden als gevolg van orgaandonatie;
- De werkneemster die recht heeft op een Ziektewetuitkering omdat haar ziekte een oorzaak is van zwangerschap of bevalling;
- De werknemer waarvoor de zogenaamde ‘no riskpolis’ geldt.
- Verzuimdossiers waarin het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld (middels bezwaarprocedure aantonen)

Veranderingen voor werknemers.
Ook voor werknemers komen er veranderingen. Ik adviseer u uw werknemers hierover te informeren. U als werkgever hebt deze informatieplicht.

Vanuit de WW en WIA kennen wij het begrip arbeidsverleden. Per 1 januari 2014 wordt net als bij de WW en WIA een arbeidsverledeneis gehanteerd. De duur van de Ziektewet blijft 104 weken, maar de hoogte daarvan veranderd. Na 52 weken vindt er namelijk een (her) keuring plaats en wordt er gekeken of werknemer geschikt is voor algemeen geaccepteerde arbeid. Dus niet meer naar de eigen (gedongen) werkzaamheden. Als de werknemer (vangnetter) meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met algemeen geaccepteerde werkzaamheden dan stopt de uitkering.
Eigenrisicodragers zullen dus voor de vaststelling van de uitkeringsduur van de LGU het arbeidsverleden moeten gaan ‘kopen’ bij het UWV/ de Belastingdienst.

Keuring
Het UWV keurt de vangnetter voortaan aan het einde van zijn eerste ziektejaar. Deze keuring gaat volgens dezelfde methode als de toegangskeuring voor de WIA. Dit houdt in dat er een strenger arbeidsongeschiktheidscriterium gehanteerd wordt, namelijk algemeen geaccepteerde arbeid (gangbare arbeid) En is een vangnetter minder dan 35% arbeidsongeschikt, dan krijgt hij geen Ziektewetuitkering (meer). De vangnetter kan dan nog recht hebben op een uitkering vanuit de WW. Is dat recht er niet (meer), dan valt hij vanaf dat moment onder de Wet werk en bijstand.

Controle UWV beschikkingen belangrijk
Het is van groot belang om te controleren of UWV uitkeringen niet ten onrechte heeft toegekend of aan werkgever wil doorberekenen. De reactietijd is beperkt en de ervaring leert dat UWV overzichten niet altijd foutloos zijn. Daarnaast is het ook sterk de vraag of het dagloon en duur door het UWV correct is berekend..

Hoe om te gaan met BeZaVa.
Uiteraard moeten wij wennen aan deze nieuwe wet. Onderstaand geven wij u echter toch de kansen en tools, welke u kunt inzetten bij (deels) arbeidsongeschikte werknemers met een contract voor bepaalde duur.
- Controleer grondig de toegekende schadelast welke u ontvangt van het UWV en de premiestelling. De praktijk leert dat ruim 40% van datgene het UWV werkgevers toekent fout is;
- Controleer het UWV op haar re-integratieverplichtingen, het regelmatig ontmoeten van de verzekeringsarts en/of er geen re-integratiekansen zijn blijven liggen;
- Blijf arbeidsongeschikte werknemers ook na de beëindiging van het dienstverband volgen;
- Pas het verzuimprotocol aan op de BeZaVa;
- Maak aanvullende afspraken met de arbodienst;
- Richt een afzonderlijke BV op voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd. Het maakt immers verschil uit of er een gedifferentieerde premie wordt berekend over een lage dan wel hoge totale SV-loonsom;
- Overweeg indien nog mogelijk een contractsverlening als met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat de werknemer binnen die periode volledig zal herstellen;
- Stuur strak aan op terugkeer naar werk en ben creatief met het aanbieden van eventueel passend werk;
- Zorg voor een goede verzuimbegeleiding/ uitvoering van de actieve verzuimregie rol en blijf alert op het verloop van het verzuimproces;
- Voorkom werkgerelateerde verzuimoorzaken door ervoor te zorgen dat werknemers veilig en gezond werken;
- Overweeg werknemers met de status functionele beperkingen in dienst te nemen. Deze groep heeft vaak recht op de no-risk-polis. Ook bestaat er een mogelijkheid om proefplaatsing aan te vragen;
- Overweeg eigenrisicodrager te worden. Daarmee hebt u de ‘touwtjes’ in handen en bent u minder afhankelijk van het UWV;
- Stuur bedrijfsartsen aan middels de vraagstelling bij een spreekuurcontrole.
 
Nogmaals maar dan beknopt

De belangrijkste maatregel is dat de werkgever een groter financieel risico gaat dragen. De lasten worden voortaan rechtstreeks toegerekend aan de laatste werkgever.
Het betreft een gedifferentieerde premie voor ziekengelduitkeringen en WGA-uitkeringen van werknemers met een tijdelijk contract. Hoe meer werknemers ziek uit dienst gaan, hoe hoger de opgelegde premie.
De regeling gaat met terugwerkende kracht in. Werknemers betalen voor ziek uit dienst gegane werknemers, die op of na 1 januari 2012 ziek zijn geworden én voor werknemers die op of na 1 januari 2010 ziek waren en op of na 1 januari 2012 in de WGA terecht zijn gekomen.

Andere maatregelen
Tot 104 weken: Wanneer een medewerker met een vast contract ziek wordt, geldt een loondoorbetalingverplichting van 104 weken. Voor een medewerker met een tijdelijk contract geldt de loondoorbetalingverplichting tot het einde van de looptijd van het contract. Vervolgens kan de zieke (ex-)medewerker aansluitend tot maximaal 104 weken aanspraak maken op een Ziektewetuitkering. De kosten hiervan worden voortaan gedragen door de (oud-)werkgever (voorheen door sectorfondsen). Zeker voor grote bedrijven die veel werken met tijdelijke contracten, heeft deze maatregel grote gevolgen. 

De nieuwe methode van doorberekening is van toepassing voor werknemers die ziek uit dienst gaan en werknemers die nog geen andere werkgever hebben en die zich binnen 28 dagen na beëindiging van het dienstverband ziek melden bij het UWV.
Na 104 weken: Indien de arbeidsongeschiktheid voortduurt, komt de medewerker over het algemeen na 104 weken in aanmerking voor een WGA-, en in zeer uitzonderlijke gevallen voor een IVA-uitkering. De kosten van de WGA-uitkering worden vanaf 2014 betaald door de laatste werkgever voor de periode van maximaal tien jaar. Deze kosten hebben betrekking op werknemers die sinds oktober 2012 aanspraak maken op een uitkering krachtens de Ziektewet.

Eigenrisicodragers voor de ZW en WGA dragen geen gedifferentieerde premie af en zijn zelf verantwoordelijk voor de kosten en begeleiding van zieke werknemers. Deze werkgevers voeren zelf de regie over de begeleiding en re-integratie van voormalig werknemers. Of eigenrisicodragerschap interessant is, is afhankelijk van verschillende factoren. Denk aan het totale premieloon van werknemers die in het verleden zijn ingestroomd in WAO en WGA en het werkgeversrisicopercentage. Het kan zinvol zijn om met uw assurantietussenpersoon de mogelijkheden van eigenrisicodragerschap te bespreken.

Tot slot
Onderschat niet de financiële belangen van de werkgever en de werknemer. Het UWV/ de Belastingdienst financiert voor en de nota wordt dubbel en dwars bij de werkgever neergelegd. Lang leven de overheid!