Oproepkrachten minimaal 3 uur uitbetalen

Hoge Raad komt oproepkrachten tegemoet door te bepalen dat iedere oproep recht geeft op minimaal drie uur loon.

De Hoge Raad heeft in mei 2013 bepaald dat de werknemer die meerdere malen per dag wordt opgeroepen werk te verrichten, over elke afzonderlijke periode van arbeid recht heeft op loon voor een periode van minimaal drie uur. Dit geldt zelfs als die werknemer hierdoor over bepaalde tijdsvakken van die dag “dubbel” wordt beloond. Deze zaak ging om het volgende.

Eiseres in deze zaak was als taxichauffeur in dienst bij een werkgever die een taxibedrijf en een koeriersdienst exploiteert. De overeengekomen arbeidsomvang bedroeg 12 uur per week. Was het totaal aantal gereden uren in een maand hoger dan 12 uur per week, dan betaalde werkgeefster de meeruren uit. Indien het aantal uren minder dan 12 uur per week betrof, dan werd 12 uur per week uitbetaald; de minderuren werden als verlofuren aangemerkt.

De taxichauffeur vorderde achterstallig loon op basis van artikel 7:628a BW, waarin een minimum aanspraak van drie uur per oproep is opgenomen. Op grond van dit artikel heeft een oproepkracht, ter compensatie van onzekerheid, voor iedere periode van minder dan drie uur waarin hij arbeid heeft verricht, recht op het loon waarop hij aanspraak zou hebben indien hij drie uur zou hebben gewerkt. Dit artikel geldt slechts indien a.) een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week is overeengekomen én de werktijden niet zijn vastgelegd, dan wel b.) de arbeidsomvang niet of niet eenduidig is overeengekomen.

De taxichauffeur ging er bij de berekening van haar vordering vanuit dat de werkgever conform artikel 7:628a BW voor iedere aaneengesloten periode waarin zij had gewerkt tenminste drie uur loon dient uit te betalen. De kantonrechter wees de vordering van de taxichauffeur toe, maar het Gerechtshof verwierp haar standpunt. De taxichauffeur wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat artikel 7:628a BW met zich meebrengt dat de werknemer wiens arbeidsvoorwaarden voldoen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden en die meerdere malen per dag wordt opgeroepen werk te verrichten, over elke afzonderlijke periode van arbeid recht heeft op loon voor een periode van minimaal drie uur. Volgens de Hoge Raad wordt dit ook niet anders indien daardoor de mogelijkheid ontstaat dat de werknemer die meerdere malen op een dag wordt opgeroepen, over bepaalde tijdvakken van die dag “dubbel” wordt beloond. Hierdoor wordt volgens de Hoge Raad bevorderd dat de werkgever het werk zodanig inricht dat de werknemer niet meerdere malen per dag voor telkens een korte periode wordt opgeroepen. Lukt het een werknemer niet om het werk zo te organiseren, dan dient de werknemer gecompenseerd te worden voor de daarmee gepaard gaande onderzekerheid.

Werkgevers die oproepkrachten meerdere malen op één dag voor minder dan drie uur inzetten, dienen er dus bedacht op te zijn dat een oproepkracht over bepaalde perioden van de dag mogelijk dubbel moet worden uitbetaald. Om dit te voorkomen kan een werkgever de oproepkracht oproepen voor een langere aaneengesloten periode. Overigens kan ook onder de regeling van artikel 7:628a BW uit worden gekomen door simpelweg een arbeidsomvang van meer dan 15 uur per week met de werknemer overeen te komen of de werktijden van de werknemer vast te leggen.