Versobering van de 30%-regeling geen noodzaak

Werkgevers kunnen op basis van de 30%-regeling maximaal 30% van het loon van een buitenlandse werknemer (inclusief de vergoeding) aanwijzen als onbelaste vergoeding voor de extra kosten die de werknemer maakt door zijn verblijf in Nederland. Uit de evaluatie van het ministerie van Financiën blijkt echter dat dit forfait mogelijk veel hoger is dan de daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten.
Dit zou met name het geval zijn bij hogere inkomens en bij een verblijf van meer dan vijf jaar.

Het Register Belastingadviseurs (RB) en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) pleiten ervoor de 30%-regeling ongewijzigd te laten aangezien blijkt uit de evaluatie dat deze regeling over het algemeen doeltreffend is.
De voorgestelde aanpassingen zouden de regeling te complex maken.
Afschaffing van de 30%-regeling zou al helemaal zorgen voor meer lasten op administratief gebied voor werkgevers, omdat de enige mogelijkheid om extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden dan via een gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling is. Hiervoor moet de werkgever alle facturen en declaraties gaan beoordelen en administreren.

Nieuwsbrief?

Volg ons