Fiscale regeling telefonie tot en met 2006 gedeeltelijk onverbindend
De Hoge Raad heeft onlangs in twee procedures beslist dat de fiscale regeling voor telefonie tot en met 2006 deels onverbindend is. Volgens de toenmalige wettelijke fiscale regeling kon een werkgever belastingvrij een telefoon verstrekken (of een belastingvrije vergoeding geven) voor abonnementskosten, voor zover het een tweede of volgend telefoonabonnement betrof, waarvan het zakelijk karakter van meer dan bijkomstig belang was, dat wil zeggen meer dan 10% van het totale gebruik.Volgens de toenmalige uitvoeringsregeling was een door de werkgever verstrekte vergoeding voor óf een verstrekking van een telefoon die mede voor de dienstbetrekking werd gebruikt, belastingvrij voor zover de kosten van de telefoon meer bedroegen dan � 22,69 per maand. Voor deze forfaitaire regeling behoren tot de kosten van de telefoon abonnementskosten en gesprekskosten.
In de onderhavige procedures hadden de betrokken werkgevers mobiele telefoons aan hun werknemers verstrekt of ter beschikking gesteld, die voor hen als tweede telefoon fungeerden. De belastinginspecteurs meenden dat de werkgevers voor deze telefoons maandelijks � 22,69 als loon in aanmerking moesten nemen en legden naheffingsaanslagen loonbelasting / premie volksverzekeringen op.
De Hoge Raad constateerde een ongerijmdheid in de fiscale regelgeving. Wat de ene regeling fiscaal vrijstelde (het tweede en volgende telefoonabonnement, indien meer dan bijkomstig zakelijk gebruikt), werd door de andere regeling (de forfaitaire regeling van � 22,69 per maand) weer deels belast. De Hoge Raad verklaarde daarop de forfaitaire regeling van � 22,69 per maand onverbindend en verwees de procedures naar Hof Arnhem om uit te maken welk gedeelte van het forfaitaire bedrag bestaat uit abonnementskosten en daarom buiten aanmerking moet blijven. In een van de twee procedures hebben we overigens op 27 maart 2009 bericht (uitspraak van Hof Amsterdam).
Opmerkingen
Per 1 januari 2007 is door de wet Wijziging van enkele belastingwetten ter vermindering van administratieve lasten (Paarse krokodil) onder meer de regeling voor telefoon, internet en vergelijkbare communicatiemiddelen sterk vereenvoudigd. Sinds die datum is de forfaitaire bijtelling van � 22,69 vervallen en zijn vergoedingen en verstrekkingen ter zake van telefoon, internet en vergelijkbare communicatiemiddelen belastingvrij als sprake is van �meer dan bijkomstig zakelijk gebruik�. Van meer dan bijkomstig zakelijk gebruik is sprake als het feitelijk gebruik voor meer dan 10% ten behoeve van de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking plaatsvindt.
Bij vergoedingen en verstrekkingen ter zake van telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen kan worden gedacht aan de aankoopkosten van een telefoon, de aanleg- of aansluitkosten van een internet- of telefoonverbinding, de abonnementskosten en gesprekskosten. Er hoeft geen onderscheid meer te worden gemaakt tussen bijvoorbeeld een internetabonnement via de kabel en een ADSL-verbinding en tussen een gewoon telefoonabonnement en een ISDN-abonnement.
In zijn besluit van 22 augustus 2007 heeft de staatssecretaris van Financiën een begrenzing aangegeven tussen 'telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen' en 'computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur'. Onder het begrip communicatiemiddelen vallen ook bepaalde toestellen waarbij de communicatie een centrale rol speelt, zoals bij smartphones en blackberry's. pocket-pc's, mini-notebooks en navigatieapparatuur vallen niet onder het begrip communicatiemiddelen, maar juist weer onder 'computers en dergelijke apparatuur'. Het besluit van 22 augustus 2007 is geactualiseerd en vervangen door het besluit van 20 februari 2009. Met betrekking tot dit onderdeel is inhoudelijk niets gewijzigd.
Bron: Hoge Raad
Salarisjobs BV(©)2012. Alle rechten voorbehouden
(©) Actilus - Breda