Toepassen eindheffing onder de werkkostenregeling
Voor werkgevers die per 1 januari 2011 zijn overgestapt op de werkkostenregeling gelden sterk gewijzigde regels met betrekking tot het toepassen van de eindheffing. Zij krijgen namelijk te maken met een nieuwe eindheffing én met specifieke regels voor het berekenen van het te betalen bedrag. Onder de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen – die dit jaar door het merendeel van de werkgevers nog worden toegepast – is er een groot aantal eindheffingen. Hiervan zijn er onder de werkkostenregeling vier verdwenen. In plaats hiervan is één nieuwe eindheffing gekomen, namelijk de 'eindheffing overschrijding forfaitaire werkkostenregeling'
80% eindheffing
De nieuwe eindheffing moet in beginsel worden toegepast op alle vergoedingen en verstrekkingen die niet onder de intermediaire vergoedingen, gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen vallen én waarvan de werkgever heeft bepaald dat hij de verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen voor zijn rekening neemt. Hierbij geldt echter wel dat over de zogenoemde 'vrije ruimte' geen belasting hoeft te worden betaald. Deze vrije ruimte bedraagt 1,4% van de fiscale loonsom. Wordt deze forfaitaire grens overschreden, dan moet de werkgever over het meerdere 80% eindheffing betalen.
Vervallen eindheffingen
Werkgevers die de werkkostenregeling toepassen kunnen een viertal oude eindheffingen niet langer gebruiken. Deze heffingen zijn namelijk verbonden aan regels die onder de werkkostenregeling niet meer van toepassing zijn.
Het gaat om de volgende eindheffingen:
• loon met een bestemmingskarakter, zoals de vergoedingen voor veer-, parkeer- en tolgelden en de vergoedingen voor aan- en verkoopkosten van woningen van werknemers bij zakelijke verhuizingen;
• moeilijk individualiseerbaar loon, zoals de verstrekking van geschenken met een waarde van maximaal € 136 per verstrekking en maximaal € 272 per jaar;
• bovenmatige kostenvergoedingen (tot € 200 per werknemer per maand);
• geschenken in natura (20% eindheffing voor geschenken met een maximale waarde van € 70 per werknemer per jaar).
Onder de werkkostenregeling vallen alle vergoedingen en verstrekkingen die onder deze vier heffingen vielen in principe onder de nieuwe 'eindheffing overschrijding forfaitaire werkkostenregeling', voor zover de vrije ruimte van 1,4% wordt overschreden.
Gehandhaafde eindheffingen
Enkele andere 'oude' eindheffingen zijn ook na de komst van de werkkostenregeling gewoon blijven bestaan.
Dit zijn de volgende heffingen:
• publiekrechtelijke uitkeringen, zoals de uitkeringen op grond van de Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairen;
• tijdelijke knelpunten van ernstige aard, zoals bij geschenken aan anderen dan de eigen werknemers;
• spaarloon (25% eindheffing over de gespaarde bedragen);
• doorlopend afwisselend gebruik bestelauto (€ 300 per auto per jaar);
• VUT-regeling (52% eindheffing over werkgeversbijdragen aan VUT-regelingen).
Berekenen
Om de nieuwe eindheffing correct toe te passen is het van belang het te betalen bedrag correct te berekenen. Hierbij geldt dat eerst de vrije ruimte moet worden berekend. Deze is 1,4% van de fiscale loonsom.In bepaalde gevallen moet echter een correctie plaatsvinden. Als een werkgever aan één of meer (ex-)werknemers een uitkering uitbetaalt die als loon uit vroegere arbeid wordt belast, mag dit immers niet meetellen voor de berekening van de vrije ruimte als het totale loon uit vroegere arbeid meer dan 10% van de totale loonsom bedraagt.
Is de vrije ruimte eenmaal berekend, dan moet het tarief van 80% worden toegepast over het bedrag waarmee de forfaitaire grens wordt overschreden. Dit is echter niet zo eenvoudig als het misschien lijkt. Moet deze berekening per tijdvak worden gemaakt of kan dit op jaarbasis gebeuren? Een werkgever mag kiezen uit drie methodes, waarvan hij er in een bepaald jaar slechts één mag gebruiken. In een volgend jaar mag hij eventueel een andere methode toepassen.
Drie methodes
Bij de eerste methode berekent de werkgever per aangiftetijdvak de vrije ruimte (op basis van de loonsom in dat tijdvak) en moet hij per tijdvak bepalen of deze vrije ruimte wordt overschreden. Aan het eind van het jaar mag geen herrekening plaatsvinden, dus is het grote nadeel van deze methode dat een werkgever het risico loopt dat hij op jaarbasis meer eindheffing betaalt dan noodzakelijk is.
Herrekening
Er zijn echter twee alternatieven waarbij achteraf wél een herrekening mag plaatsvinden.
• In het eerste geval wordt de vrije ruimte bepaald op basis van het fiscale loon van het vorige kalenderjaar. Zodra deze grens in het lopende jaar wordt overschreden, moet de werkgever eindheffing gaan betalen. Blijkt aan het eind van het jaar dat de vrije ruimte hoger of lager is, dan mag/moet een herrekening plaatsvinden.
• In het tweede geval wordt ook uitgegaan van het fiscale loon in het vorige kalenderjaar en wordt dat bedrag omgerekend in een vrije ruimte per tijdvak (bijvoorbeeld per maand). Vervolgens wordt per tijdvak getoetst of de vrije ruimte wordt overschreden. Ook bij deze methode kan aan het eind van het jaar een herrekening plaatsvinden.
Salarisjobs BV(©)2012. Alle rechten voorbehouden
(©) Actilus - Breda