Recente vacatures

>> meer vacatures

Nieuwsbulletin

>> meer nieuws

Bijeenkomsten

>> meer bijeeenkomsten

Wij steunen o.a.

Actualiteiten 2010

Salarisjobs geeft u graag hierbij een overzicht van actuele cijfers en andere gegevens die van belang zijn voor de loonadministratie.

Belangrijkste wijzigingen 2010 en aandachtspunten.

· Sociale premies 2010

Premiepercentages                               werknemer                       werkgever

WAO/WIA-basispremie (Aof)                       0,00%                           5,70%   

Uniforme WAO-premie (Aok)                       0,00%                           0,07%

WGA-rekenpremie (werkhervattingskas)    0,00%                           0,59%

WW-Awf-premie                                         0,00%                           4,20%

UFO                                                             0,00%                           0,78%

UFO-ERD ZW                                               0,00%                           0,72%

Sectorpremie gemiddeld                              0,00%                           1,48%

Verplichte werkg.bijdr. kinderopvang*         0,00%                           0,34%

ZVW-inkomensafhankelijke bijdr.  werkg.** 0,00%                           7,05%   

*       Dit is een opslag op de Ufo premie/sectorpremie

**     Dit is een inkomensafhankelijke bijdrage waartegenover een inhoudingsplichtige vergoeding staat. Verzekerden zonder een vergoeding van een inhoudingsplichtige zijn een      inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd van 4,95%.

                                                                      per dag                   per jaar

Max. premieloon werknemersverzekeringen   � 186,65                 � 48.715,65

Max. bijdrageloon ZVW per jaar                     � 127,16                 � 33.189,00

Franchise AWf-premie per dag                      �   64,00                 � 16.704,00

 

· Aantal werkbare dagen bedragen in 2010 totaal 261 dagen

 

· Algemene heffingskorting per jaar             <65 jaar                 >65jaar

                                                                   �1.987,00              � 924,00   
                

· Arbeidskorting per jaar                              < 57 jaar               57 � 65 jaar

                                                                   � 1.489,00        � 1.752,00 - � 2.273,00


· Premie volksverzekering                            <65 jaar               >65jaar                

        AOW                                                   17.90%                       -           

        ANW                                                     1.10%                  1.10%

        AWBZ                                                  12.15%                12.15%

        Totaal                                                   31.15%               13.25%

 

· Inkomstenbelastingtabel (<65 jaar)             Gecombineerd tarief        Grens

1e schijf                      2.30%                       33,45%                            � 18.218

2e schijf                      10.80%                     41,95%                            � 32.738

3e schijf                                                       42,00%                            � 54.367

4e schijf                                                       52,00%                                       -

 

· Spaarloonregeling blijft voor 2010 gemaximeerd op � 613,00

 

· Normbedragen       per dag

Warme maaltijd        � 4,20

Koffiemaaltijd          � 2,20

Ontbijt                     � 2,20

Inwoning                � 7,25

 kleding                   � 1,35

 

· Minimumbedrag gebruikelijk loon voor aandeelhouders met a.b. � 41.000,00

 

· Bruto minimumloon per 1 januari 2010

leeftijd  % v.h. min.ln per maand per week per dag
 
23 jaar en ouder 100%  1.407,60 324,85  64,97
 
22 jaar    85%  1.196,45 276,10  55,22
 
21 jaar  72,5%  1.020,50 235,50  47,10
 
20 jaar  61,5%    865,65 199,75  39,95
 
19 jaar  52,5%    739,00 170,55  34,11
 
18 jaar  45,5%    640,45 147,80  29,56
 
17 jaar  39,5%    556,00 128,30  25,66
 
16 jaar  34,5%    485,60 112,05  22,41
 
15 jaar  30,0%    422,30  97,45  19,49
 

· Bruto minimumloon per uur bij 36-, 38- en 40-urige werkweek per 1 januari 2010

Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt.

leeftijd werkweek: 36 uur werkweek: 38 uur werkweek: 40 uur

23 jaar of ouder9,02   8,55   8,12
 
22 jaar  7,67   7,27   6,90
 
21 jaar  6,54   6,20   5,89
 
20 jaar  5,55   5,26   4,99
 
19 jaar  4,74   4,49   4,26
 
18 jaar  4,11   3,89   3,70
 
17 jaar  3,56   3,38   3,21
 
16 jaar  3,11   2,95   2,80
 
15 jaar  2,71   2,56   2,44
Let op: de uurlonen zijn geen wettelijke normbedragen. De bedragen gelden als richtlijn. Bij het berekenen van het uit te betalen loon moet een werkgever altijd uitgaan van het volledige wettelijk minimumloon per dag, week of maand. Gebruik van het indicatieve uurloon kan in verband met de afronding leiden tot onderbetaling. 

· Geschenkenregeling
Net zoals in 2009 is het verstrekken van bijvoorbeeld een kerstpakket of andere vorm van kerstgratificatie belast met een eindheffing. Over de waarde tot 70,- (winkelwaarde incl. btw) per geschenk is de werkgever 20% eindheffing verschuldigd aan de fiscus. Voor al het bovenmatige (meer is dan � 70) kunt u gebruik maken van de regeling voor kleine verstrekkingen. In dat geval kunt u tegen het gebruteerde tabeltarief eindheffing toepassen als de waarde in het economische verkeer maximaal � 136 per verstrekking is en er in totaal maximaal � 272 per jaar is verstrekt.  Het gebruteerde tabeltarief is afhankelijk van de hoogte van het loon en varieert van 0% tot 108,3%.

· De uitzondering van de parkeerboete die wordt vergoed
Het is wel bekend dat de werkgever niet zomaar de verkeersboete van de medewerker voor haar rekening kan nemen. De besparing van het niet hoeven te betalen van de boete door de medewerker wordt door de fiscus aangemerkt als loon.
Bij een parkeerboete ligt dat alleen net iets anders. Een naheffingsaanslag parkeerbelasting
( wat een parkeerboete in weze is), bestaat feitelijk uit twee delen: een deel kosten en een deel parkeerbelasting.  De kosten mogen niet zomaar door de werkgever worden vergoed.  De parkeerbelasting daarentegen kan door de werkgever worden vergoed. Voorwaarde daaraan is echter wel dat niet meer dan 0.19 per kilometer wordt vergoed. Is er sprake van een leaseauto dan geldt deze restrictie niet en kan de belasting gewoon worden vergoed.

· WGA premie mag voor 50% worden verhaald op de werknemer
Werknemers zijn tegen het risico van arbeidsongeschiktheid verzekerd bij het UWV. Werkgever betaalt hiervoor premie aan de Belastingdienst. Kiest de werkgever ervoor om eigenrisicodrager te worden en dit risico niet bij het UWV te verzekeren dient men hiervoor een verzekering af te sluiten bij een  particuliere verzekeraar.
In beide gevallen kan de werkgever deze premie voor maximaal 50% verhalen op het netto loon van de medewerkers. Hiervoor is geen toestemming nodig van de medewerker.

· Opname Levensloop werknemer 61 en ouder, is loon uit vroegere dienstbetrekking!
Vanaf 2010 beschouwt de fiscus de opname uit het levenslooptegoed van de medewerk(st)er van 61 jaar of ouder als loon uit vroegere dienstbetrekking. Gevolg is dat de werknemer geen arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting, doorwerkbonus of alleenstaande ouderkorting meer ontvangt.  Wanneer de werknemer blijft werken naast de uitkering uit de levensloop, dan moet de werkgever twee loonstrookjes uitreiken. Een waarop de groene tabel (loon uit vroegere dienstbetrekking) wordt ingehouden op de levensloopuitkering en een met daarop de witte tabel(loon uit tegenwoordige dienstbetrekking). Verder moet de medewerker er rekening mee houden dat bij de aangifte inkomstenbelasting nog belasting moet bij betalen. 

· Normrente personeelsleningen bedraagt voor 2010 2.50%
In 2010 hanteert de fiscus de normrente van 2.50% over de personeelslening. Hanteert de werkgever een rente die onder dit percentage ligt, dan wordt het verschil (de besparing voor de medewerk(st)er) aangemerkt als belastbaar loon en dient hierover belasting te worden betaald. Uiteraard geldt dat wanneer het percentage hoger is, er geen belasting hoeft worden afgedragen.

· kleinbanenregeling
Deze regeling houdt in dat werkgevers vanaf 2010 geen premies meer betalen voor werknemers tot 23 jaar die een bepaald maximumbedrag verdienen. Werkgevers hoeven ook geen bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet) in te houden en te vergoeden. De werknemers zijn overigens wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen en de Zvw.
Bij het bepalen van het maximumbedrag voor de kleine banenregeling tellen de volgende punten niet mee: tantièmes, gratificaties en andere beloningen die in de regel eenmalig of maar één keer per jaar worden betaald,zoals vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
Geldt de kleine banenregeling voor een werknemer? Dan moet de werkgever voor hem speciale codes gebruiken: de code invloed verzekeringsplicht F en de code verzekeringssituatie Zvw J.
De werkgever bepaalt geen premies, maar moet in de aangifte loonheffing wel de premielonen opgeven van de werknemers die onder de kleinebanenregeling vallen.

· Regels voor afdrachtsvermindering Onderwijs uitgebreid in 2010
Met ingang van 2010 wil het kabinet de afdrachtsvermindering ook geven aan de werkgever voor  de werkne(e)m(st)er die zijn of haar opleidingsniveau verhoogt. Begint de medewerk(st)er aan een opleiding die van belang is voor zijn of haar huidige of toekomstige functie bij de werkgever?  Dan bedraagt de afdrachtsvermindering  � 500,- per medewerk(st)er.  Voorwaardes hieraan zijn wel dat het uiteindelijke opleidingsniveau van de medewerk(st)er verhoogt en de werkgever op zijn minst de helft van de kosten gemoeid met de opleiding voor zijn rekening neemt. De afdrachtvermindering voor EVC procedure blijft op � 325,00 per procedure staan. De algemene afdrachtverminderingen onderwijs varieren tussen de � 108,25 per maand en de � 225,50 per maand.

· Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk bedraagt in 2010 maximaal � 14.000.000,00

· Premiekorting oudere werknemers
Neemt een werkgever een oudere medewerker in dienst, dan komt zij in aanmerking voor een premiekorting op de aan de belastingdienst af te dragen premies werknemersverzekeringen.
De korting heeft betrekking op:
Het in dienst nemen van een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder (�6.500,00).
Het in dienst houden van een medewerker van 62 jaar of ouder (� 2.750,00).

· Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer
Korting op premie WAO/WIA/WW-Awf/Ufo (per jaar) tussen de � 454,00 en � 3.402,00.

· Optimalisering van reiskostenvergoeding door saldering!
Zijn de vergoedingen voor uw werknemers voor de woon-werkkilometers (of dienstreizen) lager dan � 0,19 per kilometer of wordt er helemaal geen reiskosten vergoedt voor woon-werkverkeer dan is het wellicht interessant om eens te kijken naar het optimaliseren van de reiskostenvergoeding door saldering.
Stel  een werknemer heeft recht op een 13e maand in december en hij krijgt geen vergoeding voor zijn woon-werkwerk kilometers. Hij werkt vier dagen in de week en reist per dag 8km enkele reis (woon/werk). Dan zou het betekenen dat � 520,00 van deze 13e maand netto uitbetaald mag worden i.p.v. bruto! Uiteraard geldt hoe groter de afstand, hoe hoger het netto bedrag wat uitbetaald kan worden.

· Op het gebied van vergoedingen m.b.t. vervoer zijn er weinig wijzigingen in 2010, maar omdat dit toch altijd een belangrijk onderdeel is voor werkgevers en werknemers heeft Salarisjobs nogmaals de belangrijkste punten hieronder aangegeven.

Uw werknemer gebruikt een eigen vervoermiddel voor reizen voor het werk. U mag uw werknemer voor deze reizen een onbelaste vergoeding betalen van maximaal � 0,19 per zakelijk gereden kilometer. Het maakt geen verschil of uw werknemer het vervoermiddel gebruikt voor woon-werkverkeer of ander zakelijk verkeer. Uit privéoverwegingen gereden omrijkilometers mag u niet onbelast vergoeden (bijvoorbeeld om een kind naar de crèche te brengen). Dat mag ook niet voor kilometers die uw werknemer rijdt om bijvoorbeeld tussen de middag thuis te eten.

Om veel administratief werk te voorkomen kan men ook kiezen om een vaste reiskostenvergoeding te verstrekken aan medewerkers welke minimaal 36 weken naar een vaste arbeidsplaats reizen. Voor de berekening van deze vaste onbelaste reiskostenvergoeding moet men uitgaan van 214 werkdagen in een jaar. Hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof. Als men aannemelijk kan maken dat het aantal dagen van 214 beduidend hoger is (ten minste 25%), mag men uitgaan van het hogere aantal dagen.

Het aantal werkdagen vermenigvuldigt men dan met het totale aantal kilometers per dag. Het totale aantal kilometers voor een jaar vermenigvuldigt u met de onbelaste kilometervergoeding van maximaal � 0,19. Voor de vaste vergoeding per maand of per week deelt u de uitkomst door 12 of 52.

Men moet deze regeling naar evenredigheid toepassen voor werknemers die maar een aantal dagen per week naar een vaste arbeidsplaats reizen, bijvoorbeeld door deeltijd.

De vaste reiskostenvergoeding mag men doorbetalen tijdens maximaal 6 aaneensluitende weken waarin de werknemer afwezig is. Als de werknemer langdurige afwezig is, mag men de vaste reiskostenvergoeding nog onbelast uitbetalen gedurende de lopende en de eerstvolgende kalendermaand. U mag de vaste onbelaste reiskostenvergoeding daarna pas weer uitbetalen vanaf de maand volgend op de maand waarin de werknemer weer gaat werken.

Bij een enkele reisafstand naar een vaste arbeidsplaats van meer dan 75 kilometer is nacalculatie verplicht. Hierbij moet u vaststellen of de vaste kostenvergoeding overeenkomt met het werkelijke aantal woon-werkkilometers in het kalenderjaar maal maximaal � 0,19 per kilometer.

Als u aan uw werknemer voor reizen met een eigen vervoermiddel meer vergoedt dan � 0,19 per kilometer, is de vergoeding boven dat bedrag loon. Als u geen eindheffing toepast over de bovenmatige vergoeding, moet u de loonheffingen inhouden en betalen.

Vergoedingen voor reiskosten die u naast de � 0,19 per kilometer betaalt, zijn ook loon. Dat zijn bijvoorbeeld vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden, voor (extra) afschrijving en slijtage van de auto, voor het inbouwen van een carkit, voor extra benzineverbruik door een aanhangwagen of voor schade aan de auto. Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden en verstrekkingen daarvoor vallen onder de eindheffing, voor zover ze loon zijn.

Navigatieapparatuur valt onder de regeling voor �computers�. Dit betekent dat u navigatieapparatuur onbelast mag vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen, als uw werknemer deze voor 90% of meer zakelijk gebruikt.

Als uw werknemer met het openbaar vervoer reist, mag u maximaal � 0,19 per kilometer onbelast vergoeden. U kunt er ook voor kiezen om de werkelijke reiskosten te vergoeden. Ook dat mag onbelast.

Als u de werkelijke openbaarvervoerkosten onbelast wilt vergoeden, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

·            Uw werknemer overhandigt u de vervoerbewijzen zodra ze niet meer geldig zijn.
·            In uw administratie is een directe en eenduidige relatie te leggen tussen de 
             vergoeding en de ingeleverde vervoerbewijzen.
·            U bewaart de vervoerbewijzen bij uw administratie (dat hoeft niet uw loonadministratie
             te zijn). Van de gebruiker van de ov-chipkaart bewaart u de overzichten waarin de
             transacties (reisbewegingen) met de ov-chipkaart staan.

· Auto van de zaak
Het privégebruik van de auto die u ter beschikking stelt, is voor uw werknemer niet in geld genoten loon (ook wel: loon in natura). U moet daarover loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden. U bent over dit voordeel geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Woon-werkverkeer merken we als zakelijk aan. Kilometers die uw werknemer uit privé-overwegingen omrijdt naar of van zijn werk of om bijvoorbeeld tussen de middag thuis te eten, zijn niet zakelijk. 
Ook in de volgende situaties hebt u een auto aan uw werknemer ter beschikking gesteld:
·       U hebt met uw werknemer de afspraak gemaakt dat hij de auto alleen voor zakelijke ritten
        gebruikt.
·       De auto is niet uw eigendom, maar u hebt deze voor uw werknemer gehuurd of geleased.
·       U hebt afgesproken om de totale kosten (inclusief de afschrijving) van de eigen auto van
        uw werknemer te vergoeden. Als uw werknemer met zijn eigen auto rijdt en u geeft alleen
        een vergoeding van � 0,19 per kilometer voor zakelijke ritten, is er geen sprake van een
        door u ter beschikking gestelde auto.
·       U vergoedt alle kosten van een auto die uw werknemer zelf heeft gehuurd of geleased.

Het privégebruik is in het algemeen ten minste 25% van de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto. U telt per loontijdvak een tijdsevenredig deel van het privégebruik bij het loon van uw werknemer.

Als u in de loop van het aangiftetijdvak een (andere) auto ter beschikking stelt, gaat u voor dat tijdvak uit van het werkelijke aantal kalenderdagen dat de auto ter beschikking is gesteld.

In afwijking van de 25% bijtelling geldt er ook een regeling voor privégebruik van 20%. Hiervoor dient u te bewijzen dat de CO2-uitstoot van de ter beschikking gestelde auto:
·       meer is dan 95 gram en niet meer dan 116 gram per kilometer bij een auto die op diesel
        rijdt
·      meer is dan 110 gram en niet meer dan 140 gram per kilometer bij een auto die niet op
       diesel rijdt

Het privégebruik is 14% van de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto, als u kunt bewijzen dat de CO2-uitstoot van de ter beschikking gestelde auto:

·       niet meer is dan 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt
·       niet meer is dan 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt

Er zijn nog twee afwijkende bijtellingspercentages voor privegebruik, 0% voor elektrische auto�s en 35% voor �youngtimers�.

Een eventuele eigen bijdrage uit het netto loon van uw werknemer vermindert de bijtelling voor privégebruik. Voorwaarde is dat u vooraf met uw werknemer hebt afgesproken dat zijn bijdrage voor het privégebruik is.

Het is niet de bedoeling dat uw werknemer een eigen bijdrage voor privégebruik aftrekt voor de inkomstenbelasting.

Bij een hoger leasebedrag voor een auto uit een duurdere klasse komt alleen het bedrag dat de werknemer aan u betaalt voor het privégebruik in mindering op de bijtelling.

Een boete die u uw werknemer oplegt omdat hij de auto privé heeft gebruikt tegen uw verbod in, is geen eigen bijdrage voor het privégebruik.

Geen bijtelling bij maximaal 500 kilometer privégebruik
U mag de bijtelling voor privégebruik achterwege laten bij overtuigend bewijs dat uw werknemer op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt. Dit bewijs kan geleverd worden door een sluitende rittenregistartie, afspraak met de belastingdienst, of een Verklaring geen privégebruik auto afgegeven door de belastingdienst.

· Werkkostenregeling
In het verleden was er veel discussie over de vaste onkostenvergoeding welke werd verstrekt aan werknemers. Hiervoor zijn wellicht afspraken met de belastingdienst gemaakt. Vanaf 2011 geldt er een nieuwe regeling dat betekent dat alle afspraken in principe niet meer gelden! Maar er is nu een overgangsregeling welke ervoor zorgt dat men tot en met 2013 nog op de oude manier kosten mag verstrekken (mist deze uiteraard voldoet aan de huidige wetgeving). Het kan zeker de moeite waard zijn om toch al in 2011 over te gaan naar de nieuwe werkkostenregeling, reden waarom het van belang is om in 2010 te invantariseren wat het meest gunstige is voor de onderneming!

Deze nieuwe werkkostenregeling houdt in dat er een algemene vrijstelling gaat gelden van 1,4% van de totale loonsom van de werkgever. De werkgever kan deze vrijstelling zelf invullen (waarvoor en voor wie). Uiteraard mag er geen misbruik gemaakt worden door de volledige 1,4% te verstrekken aan bijvoorbeeld alleen de DGA).

In het kader van deze werkkostenregeling wordt het loonbegrip ingrijpend veranderd. De nieuwe definitie komt als volgt te luiden: �Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetreking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.��

Als uitzondering geldt hierop de navolgende verstrekkingen:
·            Verstrekkkingen vanuit een andere hoedanigheid als werkgever (bijv.  als medeleven bij overlijden een rouwkrans)
·            Verstrekkingen welke betrekking hebben op intermediaire kosten (kosten welke werknemer maakt in opdracht van werkgever, bijvoorbeeld etentjes en kantoorspullen).
·            Reiskosten (� 0,19 per kilometer).
·            Tijdelijke verblijfkosten
·            Kosten van cursussen, opleidingen, studiekosten, evc procedures, outplacement
·            Extraterritoriale kosten
·            Zakelijke verhuiskosten
·            Werkplek gerelateerde voorzieningen zoals telefoon, laptop, vakliteratuur enz. Dit wel onder bepaalde voorwaarden.

Mocht de werkgever buiten bovenstaande kosten en boven de 1,4% van de loonsom verstrekkingen doen, dan is de werkgever over dat meerdere een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze eindheffing is verplicht.

(©) Actilus - Breda