Dga in de loonheffing
De dga is een persoon die voor een vennootschap werkt als directeur en tegelijkertijd een niet onaanzienlijk belang in die vennootschap – zijn werkgever dus – heeft. Vanwege deze bijzondere positie gelden voor dergelijke personen soms andere regels in de loonheffingen dan voor werknemers die geen belang in het bedrijf van hun werkgever hebben.Voordat een werkgever de bijzondere regels voor de dga toepast moet hij eerst nagaan voor welke loonheffingen een werknemer als dga kwalificeert. Bij deze vraag gaat het vooral om het begrip 'grootaandeelhouder'.
Voor de loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) moet de inspecteur aansluiten bij het begrip 'grootaandeelhouder' in de inkomstenbelasting. Dat begrip houdt kort gezegd in dat iemand een grootaandeelhouder is als hij al dan niet samen met zijn partner ten minste 5% van de aandelen in een aandelenvennootschap heeft (bijvoorbeeld een bv). Voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen is iemand pas grootaandeelhouder als er geen gezagsverhouding bestaat tussen hem en de vennootschap die zijn 'werkgever' is.
Tip
Kort gezegd is iemand voor de Pensioenwet een dga als hij ten minste 10% van de aandelen in een aandelenvennootschap heeft. De bepalingen in de Pensioenwet gelden niet voor dga’s. Dit betekent dat de Pensioenwet het pensioen van een dga bij faillissement en dergelijke niet beschermt. Aan de andere kant kan een dga in beginsel zijn pensioen vrij overbrengen naar een andere bv of in eigen beheer nemen.
Dga in de werknemersverzekeringen
Het bestaan van een gezagsverhouding en daarmee verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen hangt af van feitelijke omstandigheden. In de volgende situaties ontbreekt in elk geval een gezagsverhouding tussen een directeur en de bv.
• De directeur is al dan niet samen met zijn partner houder van aandelen die ten minste de helft van de stemmen in de algemene vergadering van de vennootschap vertegenwoordigen.
• De directeur houdt al dan niet samen met zijn partner zoveel aandelen dat de overige aandeelhouders niet de versterkte meerderheid hebben die nodig is om de directeur te schorsen of te ontslaan.
• In de algemene vergadering van de vennootschap kunnen alle bestuurders, inclusief de directeur, een (bijna) gelijk aantal stemmen uitbrengen.
• De directeur is samen met zijn bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad houder van aandelen die ten minste 2/3 deel van de stemmen in de algemene vergadering van de vennootschap vertegenwoordigen.
Dga in de loonbelasting; fictief loon
Een van de belangrijkste gevolgen van de kwalificatie van dga in de loonbelasting is dat in dat geval de gebruikelijkloonregeling (ook wel fictief loonregeling genoemd) van toepassing is. Deze regeling heeft te maken met het feit dat dga’s zelf invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van hun salaris. Een dga kan dus zijn belastbare salaris op een zeer laag bedrag of zelfs op nihil zetten om zo geen inkomstenbelasting over dat loon te betalen.
De gebruikelijkloonregeling maakt dergelijke handelingen minder aantrekkelijk. De fiscus mag namelijk het loon van een dga vaststellen op het laagste van de volgende twee bedragen:
• € 41.000 (bedrag 2010);
• het loon dat gebruikelijk is voor vergelijkbare dienstbetrekkingen waarbij aanmerkelijk belang geen rol speelt.
De Belastingdienst kan het fictieve loon van de dga zelfs op een hoger bedrag zetten, mits hij aannemelijk maakt dat voor de werkzaamheden van de dga in situaties waarin aanmerkelijk belang geen rol speelt een hoger loon dan € 41.000 (bedrag 2010) gebruikelijk is. Het fictieve loon bedraagt dan maximaal 70% van dat hogere gebruikelijke loon. De werkgever van de dga moet loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over dit fictieve loon afdragen. Als de dga onder de werknemersverzekeringen valt, geldt het fictieve loon ook voor de premies werknemersverzekeringen.
Fictief loon bij bv met meerdere werknemers
Als de inspecteur het fictieve loon berekent voor een dga van een bv met meerdere werknemers, mag in beginsel het fictieve loon niet lager uitkomen dan het loon van de meest verdienende werknemer van die bv. Als de bv samen met meerdere vennootschappen in één concern is verbonden, is het salaris van de werknemer die binnen het concern het hoogste salaris heeft van belang.
Als de dga echter aannemelijk maakt dat in het economisch verkeer een lager loon dan het loon van de meest verdienende werknemer gebruikelijk is, moet de inspecteur het fictieve loon vaststellen op maximaal 70% van dat gebruikelijke loon. Ook hier geldt weer het absolute minimum van € 41.000 of het lagere gebruikelijke loon.
Tip
Sinds 1 januari 2010 is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing als het gebruikelijke loon in het desbetreffende kalenderjaar niet meer bedraagt dan € 5000. Als de dga voor verschillende bv’s binnen hetzelfde concern werkt en daarbij zijn loon moet afstaan aan de bv die hem ter beschikking stelde (bijvoorbeeld de holding), wordt de holding geacht de dga het loon over de voor de andere concernleden verrichtte werkzaamheden te hebben verstrekt.
In die situatie wordt voor de toets aan de € 5000 zowel gekeken naar de werkzaamheden voor de holding als naar de werkzaamheden die de dga als ter beschikking gestelde werknemer voor de concernleden heeft verricht.
Afroommethode
De belastingrechter heeft in diverse uitspraken bevestigd dat de Belastingdienst het loon dat in het economisch verkeer tussen onafhankelijke derden geldt, mag berekenen aan de hand van de zogenoemde afroommethode als de opbrengsten van de bv voor 90% of meer voortvloeien uit de werkzaamheden die de dga voor die bv heeft verricht.
Onder de afroommethode wordt het fictieve loon dan gesteld op maximaal 70% van de winst van de bv na de vermindering van het deel dat aan de bv wordt toegerekend. Welk deel van de winst aan de bv wordt toegerekend verschilt per geval.
Verkapt dividend
Een dga kan zijn bv ook verzoeken hem juist een overdreven hoog salaris toe te kennen. Dit kan voordelig zijn als de dga in box 1 nog een verlies heeft openstaan dat hij anders niet kan compenseren. Bovendien kan de bv dit hoge salaris in eerste instantie aftrekken als loonkosten. Als de inspecteur kan bewijzen dat het salaris van de dga te hoog is, wordt het bovenmatige deel aangemerkt als een verkapt dividend. De bv kan dat deel niet aftrekken. Het verkapt dividend wordt bij de dga belast in box 2 tegen 25%.
VAR-dga
Als een dga werkzaamheden verricht voor een andere opdrachtgever dan zijn eigen bv, kan hij voor de werkzaamheden een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) aanvragen. Als in deze VAR staat dat de inkomsten worden aangemerkt als inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van zijn vennootschap, weten hij en zijn opdrachtgever zeker dat de opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen.
Deze zekerheid bestaat echter alleen als:
• de omschrijving van de werkzaamheden in de verklaring inhoudelijk overeenkomt met de werkzaamheden die de dga voor zijn opdrachtgever verricht;
• de werkzaamheden binnen de geldigheidsduur van de VAR worden verricht;
• de opdrachtgever de identiteit van de dga heeft vastgesteld;
• de opdrachtgever een kopie van de VAR en van een geldig identiteitsbewijs bij zijn administratie bewaart.
Advies
Een bv die een werknemer in dienst heeft die ook aandelen in die bv houdt zal moeten nagaan of deze werknemer als dga kwalificeert. Daarbij moet de bv er nog rekening mee houden dat voor de loonbelasting/premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw een ander dga-begrip geldt dan voor de premies werknemersverzekeringen en de Pensioenwet. Is de werknemer een dga voor de loonbelasting, dan moet de bv controleren of zij het juiste fictieve loon opgeeft. Doet de bv dit niet, dan kan zij een naheffingsaanslag en eventueel zelfs een boete verwachten.
Bron: De SalarisAdviseur
Salarisjobs BV(©)2012. Alle rechten voorbehouden
(©) Actilus - Breda