Recente vacatures

>> meer vacatures

Nieuwsbulletin

>> meer nieuws

Bijeenkomsten

>> meer bijeeenkomsten

Wij steunen o.a.

Uitbetalen van vakantiegeld

Veel medewerkers kijken met spanning uit naar de maand mei waarin het vakantiegeld wordt gestort. Voor de werkgever betekent het vooral werk aan de winkel. De fiscale afhandeling moet immers correct gebeuren. Vakantiegeld wordt ook wel vakantiebijslag, vakantietoeslag of vakantie-uitkering genoemd. Eigenlijk is de term ‘vakantiegeld’ niet juist. Deze term is namelijk officieel gekoppeld aan de loondoorbetaling tijdens vakantiedagen. Als er echter over vakantiegeld wordt gesproken, bedoelt men in de praktijk vrijwel altijd de jaarlijkse vakantiebijslag. Wij houden het in dit artikel op vakantiebijslag.

Hoogte
Een werknemer krijgt in principe 8% van zijn brutojaarloon als vakantiebijslag uitgekeerd. Dit is opgenomen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM). In de cao kan een hoger percentage worden afgesproken, maar nooit een lager percentage. Van de WMM kan in cao’s of personeelshandboeken namelijk alleen worden afgeweken ten gunste van de werknemer. Bedingen in het arbeidscontract ten nadele van de werknemer zijn nietig. In veel cao’s worden afspraken gemaakt over het tijdstip van betalen of de wijze waarop.

Uitzondering
Iedere werknemer heeft recht op vakantiebijslag. De werkgever is dus verplicht zijn werknemers een vakantiebijslag van 8% van hun loon uit te keren. Een uitzondering geldt bij werknemers die een salaris ontvangen van meer dan drie maal het minimumloon. Dan kan in het arbeidscontract worden overeengekomen dat zij minder vakantiebijslag krijgen. Zij hoeven over het meerdere namelijk geen vakantiebijslag te ontvangen. Dit betekent dat er voor hen dus een vast bedrag geldt van 8% van drie maal het minimumloon.

Let op!
De werkgever moet op de vakantiebijslag loonheffing (loonbelasting en premie volksverzekeringen) en premies werknemersverzekeringen inhouden. Hiervoor geldt wel een speciaal tarief.

Brutoloon
Vakantiebijslag wordt berekend over het brutoloon. Tot dit brutoloon behoort bijvoorbeeld ook provisie, gevarengeld of een prestatietoeslag. Andere niet direct aan het dienstverband verbonden betalingen gelden niet als loon. Zo hoeft de werkgever geen vakantiebijslag te betalen over verdiensten uit overwerk, uitkeringen bij bijzondere gelegenheden (zoals een jubileumuitkering), winstuitkeringen en onkostenvergoedingen. In de WMM staat uitdrukkelijk vermeld dat ook over de vergoeding die de werkgevers in het kader van de Zorgverzekeringswet aan hun werknemers betalen geen vakantiebijslag hoeft te worden betaald.

Uitbetaling
De meeste werkgevers keren de vakantiebijslag uit in de maand mei. De WMM schrijft voor dat uiterlijk in juni de vakantiebijslag moet zijn betaald. Het is toegestaan met een schriftelijke overeenkomst af te wijken van deze regel en af te spreken dat de vakantiebijslag vaker of op een ander tijdstip wordt uitbetaald. De uitbetaling moet wel ten minste eenmaal per kalenderjaar blijven plaatsvinden. Dit betekent dat de vakantiebijslag ook elke maand mag worden uitgekeerd, bijvoorbeeld bij all-inloon. In het arbeidscontract wordt dan gewoonlijk opgenomen dat het salaris inclusief vakantiebijslag is. Houd er in dat geval rekening mee dat de hoogte van het vakantiebijslag wel moet worden vermeld bij de uitbetaling. Als de werknemer uit dienst treedt, is de vakantiebijslag altijd direct verschuldigd over het tot dan toe verdiende loon.

Onderscheid
Ook in de aangifte loonbelasting komt u de vakantiebijslag uiteraard tegen. Om correcties in de aangifte loonheffingen te voorkomen is het van belang onderscheid te maken tussen vakantiebijslag en het opgebouwde recht op vakantiebijslag. Vakantiebijslag is het bedrag aan vakantiebijslag dat u daadwerkelijk uitbetaalt in een aangiftetijdvak (meestal de maand mei). Het opgebouwde recht op vakantiebijslag is het bedrag dat de werknemer per aangiftetijdvak opbouwt. Meestal is dit elke maand een twaalfde deel.

In de aangifte
Dit betekent het volgende voor de loonaangifte:
• Als uw werknemer rechten opbouwt, dan:
- vult u het bedrag dat de werknemer per tijdvak opbouwt in bij het opgebouwde recht op vakantiebijslag en niet bij de uitbetaalde vakantiebijslag;
- moet u in het aangiftetijdvak waarin u de vakantiebijslag uitbetaalt zowel de uitbetaalde vakantiebijslag invullen als de rechten die de werknemer in dat tijdvak heeft opgebouwd.

• Vul bij het opgebouwde recht op vakantiebijslag geen cumulatieve bedragen in, maar het bedrag dat de werknemer in het aangiftetijdvak opbouwt.

• Vul in de volgende gevallen ‘0’ in bij de vakantiebijslag en bij het opgebouwde recht op vakantiebijslag.
- Er is geen uitbetaalde en geen opgebouwde vakantiebijslag (bijvoorbeeld bij een fictieve dienstbetrekking).
- U betaalt de vakantiebijslag elk tijdvak tegelijk met het normale salaris van de werknemer uit (bijvoorbeeld all-inloon).
- Uw werknemer krijgt vakantiebonnen van u.
- Uw werknemer neemt deel aan het tijdspaarfonds, de vakantiebijslag of het recht hierop is opgenomen in het loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon) van dat tijdvak én er vindt geen reservering plaats.

Advies
Zorg dat de jaarlijkse uitbetaling van vakantiebijslag soepel verloopt door de regels in acht te nemen. Zo kunt u correcties in de aangifte voorkomen door onderscheid te maken tussen de uitkering van de vakantiebijslag en de opbouw ervan. In de arbeidsovereenkomst kunt u (aanvullende) afspraken maken over de uitbetaling van de vakantiebijslag, maar deze bepalingen mogen nooit ten nadele van de werknemer uitpakken.


hoofd salarisadministratie

(©) Actilus - Breda